Onderstaande tekst is een samenvatting van een aantal artikelen (in het Frans) waarin de relaties tussen de families welke ingeschreven waren in het geslacht t'Serhuyghs rond 1376 beschreven zijn. Het betreft een opsomming van de families die tot het geslacht t'Serhuygs behoren en een korte genealogie van dit geslacht. Uit deze teksten is het duidelijk dat de familie Meerte sterke familie banden had met het geslacht Clutine en t'Serhughs. Het geslacht Serhuygs stamt waarschijnlijk als Serhugeskints geschlechte via Sir Hughes van het franse koningshuis Capetiens. Daarnaast zijn citaten van Lindemans uit "Eigen Schoon en de Brabander" (van rond 1935) gebruikt.
| Deze familie naam wordt ook geschreven als Clutincke, Hugues Clutine, Clonet, Clut | |||
| Oudste gevonden naam Heer Reynier Clutine, geheeten Zegeler | |||
| 1138 | Gossein Clutine schepen van Brussel in 1138, door besluit van Hertog Lotharius Godefroid I | ||
|
1145
|
Eenen Gocelin Clutine, vermeld in 1145, maakt deel uit
van het gezelschap van Godefroid III, dezelfde nam in 1154 deel aan
een vergadering van vrije mannen en ministarielen
Hij verkocht vastgoed te Oekerzeel. In 1186 is diezelfde Gocelin Clutine getuige bij de acte geschreven door de hertog, ten voordele van de st. Michieslabdij te Antwerpen. Hij staat er zelf vermeld voor "villicus" uit Leuven en "de seabrini" uit Antwerpen |
||
|
Eenen Clutine is schepen van Brussel
|
|||
|
1173
|
1173 en 1207 eenen Hugues Clutine is schepen van Brussel
|
||
|
1173
|
eenen Meerte werd geheeten Clutine | ||
|
12e eeuw
|
In de 12e eeuw is er een melding van een Clutine de Coudenberg | ||
| In de mannelijke lijn stammen de Meerte, de Eggloy en de Pipenpoy rechtstreekse af van de Hugues Clutine | |||
| Met het geslacht Clutine waren verbonden de families: Coudenberg, Pipenpoy, Meerte, Huldenberge, Herthuys, Eggloy, Cassaert, Taye, Menne, Bogaerde, Sire Jacob | |||
|
1215
|
Chevalier Walterus Clutine x Heilervide de Nova Doma, geheten uten Nieuwenhuyse, was schepen van Brussel in 1215 en 1220. Hij was benoemd door Hertog Godefroid III | ||
| Gouthier Clutine werd vermeld in een acte van Hertog Godefroid - de Louvain. Hij maakte deel uit van de Brabantse hofhouding en hield zich bezig met belangrijke functies, zoals die van amtenaar belast met het toezicht op het koningshuis | |||
| Helwige Clutine dochter van ridder Gouthier Clutine was directrice van het hospice Ternarken | |||
|
1223
|
Gouthier Clutine werd ridder in 1223, en in de adel opgenoen in 1251 | ||
|
1204
|
De Clutine's kregen belangrijke posten van de Hertogen Henri I, Henri II en Heri III van 1204 tot 1255 | ||
|
1251
|
Een Clutine was oprichter van de vrijstad Merchtem in opdracht van Hertog Henri III | ||
| Hendric Meerte schepen te Brussel tussen 1242-48. Dergelijke functies waren tot dan toe gereserveerd voor het patriciaat en een grote bijzonderheid voor een drager van de naam Meerte in het Brussel van die tijd. Volgens Lindemans "Eigen Schoon en de Brabander (1935)": schepen van Brussel 1244, 1245, 1247, 1249, 1260, 1262, 1265. Hendric was de vader van de twee direct hieronder vermelde Henri en Jean Meerte. De stamboom van Hendric vinden we hier. | |||
|
1263
|
Henri Meerte, Geheeten Clutine was schepen van Brussel in 1263 en 1264. Hij was vertegenwoordigd in het geslacht Clutine | ||
| Jean Meerte, geheeten Clutine was schepen van Brussel | |||
|
1275
|
de Meerte nemen voor het eerst in hun wapen de de afgesneden lelie op van het geslacht Clutine | ||
|
Zegel wapen Jan Meerte 1275
|
![]() |
||
|
1227
|
Wilhelmus Pipenpoy werd geheeten Clutine, schepen van Brussel in 1227 en 1230 | ||
|
1300
|
Willem uten Nieuwnhuyse werd geheeten Clutine | ||
|
1302
|
Renier Mennen werd geheeten Clutine | ||
|
1303
|
Jan
Clutine x Maria Mennen Later zijn Mennen gehuwd met Meerte's |
||
| Het geslacht Clutine had een steen op de Blindenberg te Brussel | |||
| uten Nieuwenhuyse geheten Clutine waren eigenaar van hotel in de Violetstraat te Brussel | |||
| Families die erfden van de Clutines waren: Meerte, van de Noot, van Bogaerden, Nacke. Als tweede de families Mettenschrichte, Storm, Schimmelpenninck | |||
|
1306
|
in 1306 werden voor de eerste maal de geslachten geteld | ||
|
1306
|
vermelding in een acte van de Hertog van Brabant het geslacht s'Huygeskinds of Ser Huyhes | ||
|
14e eeuw
|
In de 14e eeuw vermelden geschriften samen de families s'Huygenskinds geschlechte en 't Serhuugskints. Dit zijn waarschijnlijk afstammelingen van Sir Hugues | ||
| In de 14e eeuw, zeker voor 1370, zijn de Clutines en de Serhuygskinds in twee geslachten gescheiden en vermeld. Het geslacht Serhuygs is nergens vermeld voor de 14e eeuw. | |||
| Jan Meerte uit de lijn Ser Huijs, schepen van Brussel in 1430-31 en 1435-39. Jan Meerte is een directe afstammeling van Jean Meerte vermeld boven (1275). Jan trouwt met Cathelijne van Carloo en wordt daarmee Heer van Carloo (Jan I) | ![]() |
||
|
Jan Meerte Hennen
van Merchtene, schepen te Brussel 1441-42 en 1454, seigneur de Carloo,
Jan Meerte II
|
|||
![]() |
|||
|
1463-1481
|
Margriet Meerte krijgt samen met haar echtgenoot Peeter van den Heetvelde het beheer (releve) over de seigneurie de Carloo (7-8 december 1463), seigneur de Carloo 1463-1481 | ||
Tekst: Leo Meerts en Jean Joseph Meerts.